
Op zondag was het droog toen we op zoek naar een waterval midden in een theeplantage belandden (toch lekker hoor, zo'n patserbak! Je komt nog eens ergens. Al moet je wel de matig ideale versnellingenstand gebruiken in de heuvels). De jongens kozen een lekker steil paadje uit en wilden beslist naar de top klimmen. Makkie! zei Saman.

Helaas bleken de voortekenen te kloppen: op zondagmiddag werd Fred ziek, 's avonds gevolgd door Yekuno en de volgende dag door Saman. We zaten dus min of meer vast op de hotelkamer omdat we in de buurt van een wc moesten blijven. Ook was er een kermis opgezet niet ver van het hotel, met zo'n ronde schutting waarin brommers rondrijden en 's avonds levende muziek. Wat een teringherrie! Pas om middernacht was het stil en konden we gaan slapen. Verder moest er 's nachts twee keer heftig schoonmaakwerk gedaan worden - we hebben alle handdoeken en de meeste lakens van het hotel goed smerig gemaakt. Dus zodra de mannen (vreemd genoeg had ik haast nergens last van) weer enigszins op de been waren, zijn we weggegaan. Heel rustig gereden terug de heuvels af met alle bochten. Maar de jongens wilden liever snel naar huis dan tussendoor uitstappen, dus rond 2 uur dinsdagmiddag, anderhalve dag eerder dan gepland, waren we weer thuis. Toch lekker thuis gebleven de volgende dag.
En wat nou zo stom is: zondag vond ik ineens ergens in een kast alle regenjassen uit Addis Ababa...
ReplyDelete